• Slider #1
  • Slider #2
  • Slider #3
  • Slider #4
  • Slider #5
  • Slider #6
  • Slider #7
Vraag een vrijblijvend, gratis adviesgesprek aan

Duurzaam

Naast dat het beter is voor het milieu, maakt duurzame energie Nederland minder afhankelijk van fossiele brandstoffen. Doelstelling van de overheid is om het percentage duurzame energie te laten groeien tot 14% in 2020 en tot 100% in 2050. Om dit te bereiken stimuleert de overheid onderzoek, ontwikkeling en innovatie op het gebied van duurzaamheid: energie- en milieu-innovaties die bijdragen aan het verlagen van kosten voor het verminderen van CO2-uitstoot, het ontwikkelen van hernieuwbare energiebronnen en het slimmer benutten ervan, investeren in energiezuinige- en milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen, opwekken en gebruiken van duurzame energie (zon, biomassa, warmte, wind of elektriciteit), ontwikkelen van nieuwe technologieën, etc.


Nederlands Subsidie Instituut heeft al bijna 20 jaar ervaring in het succesvol verkrijgen van subsidies op het gebied van duurzaamheid. Een beschrijving van enkele veel gebruikte regelingen treft u onderstaand aan. Uiteraard zijn er meer mogelijkheden en zijn ze niet allemaal even relevant voor uw bedrijf. In een gesprek kunnen wij de specifieke mogelijkheden voor uw bedrijf vaststellen.



Duurzame verbouw en nieuwbouw


De nationale overheid stimuleert de (ver)bouw van (tot) energiezuinige en milieuvriendelijke bedrijfsgebouwen. Het kan gaan om subsidies of fiscale voordelen voor investeringen voor specifieke apparatuur of voorzieningen maar ook voor het complete bedrijfsgebouw. Een aantal provincies in Nederland stimuleert ook de bouw van- en verbouw tot energiezuinige gebouwen. Heeft u een project dat voorop loopt dan kunt u het beste (tijdig) contact met ons opnemen om de specifieke mogelijkheden te onderzoeken.


De Rijksoverheid heeft verschillende regelingen om dit te stimuleren:

Energie-investeringsaftrek (EIA). Als wordt geïnvesteerd in energiebesparing of duurzame energie kunt u wellicht profiteren van deze maatregel. U kunt 41,5% van de kosten (investering- en installatiekosten) aftrekken van de fiscale winst. Dit levert een minimaal netto voordeel van circa 10% van de investering.

Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL). Met de MIA en VAMIL stimuleert de overheid minder milieubelastende investeringen. Via de MIA is het mogelijk tot 36% van de kosten af te trekken van de fiscale winst en/of via de VAMIL 75% van deze kosten vrij af te schrijven (dit levert u een rente- en liquiditeitsvoordeel op).



Realiseren van energie-innovaties


De Topsector Energie zet zich in voor schone en efficiënt opgewekte energie, die Nederland economisch sterker maakt. Er zijn tenders uitgeschreven voor de volgende thema's: Bio-energie (kostprijsreductie elektriciteits- en warmteproductie), Energiebesparing in de gebouwde omgeving, Energiebesparing in de industrie, Gas (LNG en Groen gas), Wind op Zee, Zonne-energie en Samenwerken Topsector Energie en Maatschappij (STEM).



Investeren in energiezuinige bedrijfsmiddelen


Via de Energie Investeringsaftrek (EIA) kunnen bedrijven fiscaal voordelig investeren in energiezuinige technieken en duurzame energie. U kunt 41,5% van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst, bovenop uw gebruikelijke afschrijving. Daardoor betaalt u minder inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Gemiddeld levert de EIA u 10% belastingvoordeel op.


Op de zogenaamde Energielijst 2014 staan 160 energiezuinige investeringen (die bedrijfsmiddelen worden genoemd) waarvoor u gebruik kunt maken van de EIA. Fiscale aftrek is mogelijk voor:

• duidelijk omschreven investeringen (specifiek) die gerubriceerd zijn in de categorieën gebouwde omgeving, industrie, transport, duurzame energie en energieadvies;

• maar ook voor maatwerk investeringen (generiek) die een forse energiebesparing opleveren. Generieke codes zijn geen duidelijk omschreven bedrijfsmiddelen op de Energielijst maar algemene beschrijvingen waarbij de besparing die moet worden gehaald.



Het overzicht van de energie-investeringen is opgedeeld in 5 categorieën: Bedrijfsgebouwen, Processen, Transportmiddelen, Duurzame energie en Energieadvies.



Investeren in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen


Met de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) kunt u fiscaal voordelig investeren in milieuvriendelijke producten of apparaten (deze investeringen zijn minder milieubelastend en gaan vaak verder dan wat wettelijk is voorgeschreven):

• Via de MIA kunt u tot 36% van de investeringskosten voor een milieuvriendelijke investering aftrekken van de fiscale winst aanvullend op de reguliere afschrijving.

• Met de VAMIL kunt u zelf bepalen wanneer u deze investeringskosten afschrijft. Hoe snel of hoe langzaam bepaalt u zelf. Dat levert een liquiditeit- en rentevoordeel op.



Alle Nederlandse ondernemers die inkomsten- (IB) of vennootschapsbelasting (VPB) betalen, kunnen gebruik maken van de MIA en VAMIL. De regeling is onder meer interessant voor ondernemers in de agrarische sector, de scheepvaart en de industrie, maar ook voor ondernemers die investeren in duurzaam vervoer, duurzame recreatie en duurzame gebouwen.


Op de Milieulijst 2013 staan circa 310 investeringen (in de regelingen genaamd bedrijfsmiddelen) waarvoor u MIA, VAMIL of MIA én VAMIL kunt aanvragen:

• Voor het merendeel van de bedrijfsmiddelen die op de Milieulijst staan, worden doel, middel en werking exact omschreven (specifieke bedrijfsmiddelen).

• Een bijzondere groep bedrijfsmiddelen vormen de zogenoemde generieke bedrijfsmiddelen. In de omschrijving hiervan wordt alleen het te behalen doel omschreven: de te leveren prestatie is richtinggevend. Een exacte technisch beperkende omschrijving is met opzet achterwege gelaten. Dat is voor u voordelig, omdat u meer keuzevrijheid krijgt bij uw investeringsgedrag. Bovendien geeft deze werkwijze meer ruimte aan innovatie, want ook voor nieuwe ideeën is direct fiscale ondersteuning mogelijk.



De Milieulijst 2014 is ingedeeld in de volgende milieuthema's: Thema-overstijgende milieu-innovatie, Grondstoffen en afval, Voedselvoorziening en landbouwproductie, Mobiliteit, Klimaat en lucht, Ruimtegebruik en Bebouwde omgeving.



Opwekken hernieuwbare elektriciteit, gas en warmte


De Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE+) heeft als doel om op een kosteneffectieve manier stappen te zetten richting de Europese duurzame energie doelstelling van 14% in 2020.


In 2014 wordt SDE+ zes keer opengesteld voor het indienen van aanvragen: vanaf 1 april 2014 voor de eerste fase, vanaf 2 mei voor de tweede fase, vanaf 16 juni voor de derde fase, vanaf 1 september voor de vierde fase, vanaf 29 september voor de vijfde fase en vanaf 3 november voor de zesde fase. De sluitingsdatum voor alle fasen is 18 december 2013.


Subsidie kan worden verstrekt voor:

• de productie van hernieuwbare elektriciteit aan een producent van hernieuwbare elektriciteit, om gedurende een bepaalde periode het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van deze hernieuwbare elektriciteit en de relevante gemiddelde marktprijs van elektriciteit geheel of gedeeltelijk te compenseren;

• de productie van hernieuwbaar gas aan een producent van hernieuwbaar gas, om gedurende een bepaalde periode het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van dit hernieuwbare gas en de relevante gemiddelde marktprijs van gas geheel of gedeeltelijk te compenseren;

• de productie van hernieuwbare warmte aan een producent van hernieuwbare warmte om gedurende een bepaalde periode het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van deze hernieuwbare warmte en de relevante gemiddelde marktprijs van warmte geheel of gedeeltelijk te compenseren.



Hernieuwbare elektriciteit, gas of warmte kan worden opgewekt middels: Waterkracht, Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties, Wind op land, Wind in meer, Wind in zee, Fotovoltaïsche zonnepanelen, Osmose, Vrije stromingsenergie, Biomassavergisting, Biomassavergassing, Ketel vaste of vloeibare biomassa warmte, Geothermie, Ketel vloeibare biomassa warmte, Zonthermie en Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking.



Bijdragen aan realiseren Europese natuur- en milieudoelen


Een van de doelstellingen van het Communautair programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE) is bij te dragen aan de overgang naar een hulpbronnenefficiënte, koolstofarme en klimaatbestendige economie, aan de bescherming en de verbetering van de kwaliteit van het milieu en aan het tot staan brengen en ombuigen van het biodiversiteitsverlies, met inbegrip van steun voor het Natura 2000- netwerk en het tegengaan van de aantasting van ecosystemen.



Provinciale en regionale duurzaamheidsregelingen


Naast dat de Nederlandse overheid een landelijk subsidieprogramma opstelt, hebben de afzonderlijke provincies ook diverse subsidieprogramma’s. Deze subsidies zijn veelal afgestemd op de doelstellingen van de provincies. Daarom zijn er ook grote verschillen te zien in de subsidiemogelijkheden per provincie.


De provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland hebben bijvoorbeeld interessante subsidiemogelijkheden het gebied van duurzaamheid. Een voorbeeld is het zogenaamde Energiefonds. Meerdere provincies financieren hieruit projecten die energie besparen of energie opwekken uit duurzame bronnen. Dit doen zij middels participaties, leningen en garanties.


Daarnaast zijn er verschillende regionale subsidiemogelijkheden. Een aantal voorbeelden hiervan zijn hier onder weergegeven, waarbij niet zozeer naar een provincie wordt gekeken, maar naar een bepaalde regio dan wel grensstreek (eventueel met internationale samenwerking).


Het programma Europese Territoriale Samenwerking (Interreg) is een Europese subsidieregeling voor ruimtelijke en regionale ontwikkeling. Aan de projecten die onder Interreg vallen werken partijen uit verschillende landen samen. Er zijn 3 verschillende Interreg-programma's. Deze richten zich op samenwerking:

1. In de grensregio (Interreg A:Nederland- Duitsland, Vlaanderen Nederland, Euregio Maas- Rijn en 2 zeeën). Nederlandse economische activiteiten en ontwikkelingen hebben vaak raakvlakken met economische activiteiten en ontwikkelingen in buurlanden. Doel is om deze activiteiten met elkaar te verbinden. Nederland besteedt het geld aan 3 thema’s, te weten Innovatie (in MKB), Koolstofarme economie (duurzame energie) en Human Capital Agenda / Arbeidsmobiliteit (grensarbeid).

2. Tussen regio's in verschillende landen (Interreg B): Nederland doet mee aan 2 transnationale programma's. Hierin werken verschillende landen samen in 1 regio van de EU.

3. Door heel de Europese Unie (EU) heen, dus niet gebonden aan een bepaalde regio (Interreg C).



Vanaf 1 januari 2014 is er een nieuwe periode van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) van start gegaan. Met deze regeling wil de Europese Unie een bijdrage leveren aan de versterking van economische en sociale samenhang door (regionale) onevenwichtigheden ongedaan te maken. De mogelijkheden die gesubsidieerd kunnen worden onder dit programma lopen sterk uiteen, van innovatie tot aan duurzaamheid en sociale zaken. Deze zijn onderverdeeld in investeringsprioriteiten.


Deze worden onderverdeeld in regionale programma’s, die ook weer sterk van elkaar kunnen verschillen. De bijdrage uit deze regeling voor projecten kan oplopen tot 50 tot 85% van de in aanmerking komende kosten.


Naast bovenstaande zijn er vele andere mogelijkheden. Neem contact met ons op of vraag een gratis adviesgesprek aan om de mogelijkheden voor uw bedrijf te inventariseren.